Voorbeelden van het gebruik van Kroeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Er zit verderop 'n kroeg.
Ja, ik stonk als een kroeg.
Wij" hebben een kroeg.
En ze kan helpen in de kroeg.
Ik was in een kroeg.
Mooie Jurk. Die kan je wel in mijn kroeg dragen.
Ze werd aangesproken en naar een kroeg aan uw kant van de grens gebracht.
De kroeg zit vol!
Het is de Gnoom, de ober uit de kroeg.
Bescherming, voor mijn kroeg?
De la Cruz is de barkeeper in de kroeg aan de overkant.
De mijne lag beneden in de kroeg.
Ik zag je vechten in die kroeg.
Niks. Ga je mee naar de kroeg?
Het is Shauna van de kroeg.
Dat wij altijd in de kroeg zitten, helpt mij niet.
Er is een kroeg bij het strand, de Lone Bar.
Toen u uit de kroeg terugkwam… Bent u gaan zwemmen.
Ik werkte in een kroeg.
Ik weet niet of ik naar de kroeg wil.