Voorbeelden van het gebruik van Kroeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Gabriels restaurant of een kroeg.
De mijne lag beneden in de kroeg.
Laten we de kroeg verkopen.
Jullie daar, in de kroeg.
Ik ga naar de kroeg, Rumple.
En eigenlijk stonden ze voor jouw kroeg in Rancho.
M'n man gaat elke avond naar een kroeg.
Je ruikt naar de kroeg.
Het was in een kroeg.
Het is het adres van een kroeg in Manchester, New Jersey.
Je vader wordt 50, dus geef ik een feestje in de kroeg.
Dit is de goorste en gevaarlijkste kroeg in Hollywoo.
Die vrouw in de kroeg is een hoer.
Bruine kroeg met zomerterras aan de Leie.
Het is de Gnoom, de ober uit de kroeg.
Werkt bij het slededepot naast de kroeg.
We moeten naar de kroeg.
Wil je voor altijd in 'n kroeg werken?
Pianospeler in 'n kroeg.
Waar was die kroeg?