Voorbeelden van het gebruik van Landeigenaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En wanneer als landeigenaar.
Ik ben Becka Savage, landeigenaar van Bilehurst Cragg.
Dad besloeg trekpaarden voor de landeigenaar.
Nu ben je dus ridder en landeigenaar.
Wauw, je bent een landeigenaar, Richard.
Tweemaal wat elke andere landeigenaar krijgt.
Hij was een zoon van de landeigenaar Richard Cantillon van Ballyheigue.
Hij was landeigenaar, progressief en werd door zijn mede-landeigenaren vermoord.
Hij was landeigenaar in het dorp Zussen bij Maastricht.
Het vooraf toestemming vragen aan de landeigenaar kan enige ergernis voorkomen.
Allereerst moet je onthouden dat je nooit mag jagen zonder toestemming van de landeigenaar.
Hij is landman, landeigenaar van beroep.
Trouwens, ik ben nu de vrouw van een landeigenaar.
Dat was Marcus, de zoon van de landeigenaar.
Daarna volgde hij een opleiding voor agrariër en werd landeigenaar.
Daarop kwamen de dienaren van deze landeigenaar en zeiden tot hem.
dat is mijn recht als landeigenaar.
Mijn baas, hij is de landeigenaar.- Ja.
Mijn baas, hij is de landeigenaar.- Ja.
Waarom loop je? Als je de landeigenaar bent,?
