Voorbeelden van het gebruik van Liz in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Liz is haar dagboek kwijt en.
Liz. Waar ben je?
Ik liet Liz los, en greep Marlo.
Ik vergat Liz' huiswerk af te halen.
Je was dus Liz' beste vriendin?
Belde jij dat Liz ziek was?
Lieverd… Liz, wacht.
Liz, ik weet dat je daar niet wil zijn.
Ik kwam Liz tegen op school en.
Ik moet Liz hier krijgen.
Hij keurt Liz niet enkel goed, hij wil het doen met haar.
Ik veronderstel dat Liz je heeft gedumpt?
Ik kwam Liz Craig tegen in de winkel.
Zal Liz me nog een kans geven?
Wanneer komt Liz' vader?
Je moet Liz gewoon weten te benaderen.
En Liz en Valenti dan?
Ik ben Liz Hulsey van de overheid.
Liz. Heb je The Post gezien?
Liz' ouders zijn hiernaast.