Voorbeelden van het gebruik van Loser in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar ik wil geen loser zijn.
Het is beter dan die loser, Ruy.
Ik denk dat hij een loser is.
Ik ben Cuba niet ontvlucht om een loser in Miami te zijn.
Is dat je niet je loser broertje, Sands?
Je loser zoon ruïneert het voor de goede zoon.
Eersteklas loser. Juist?
Als je loser vriendjes komen, wees dan geen zwijnen.
Dat is"loser" met een"A.
Wat is'loser' in K-K-K-Klingon?
Als die loser zo naar me kijkt.
Loser Force Five.
Meneer loser?- Wat?
Hé loser, hoe gaat ie?
Het is een loser, Sue Ellen.
Lars Guinard. De loser van een vriend van je moeder.
Meneer loser?- Wat?
Lars Guinard. De loser van een vriend van je moeder.
Je bent een loser, Sue Ann.