Voorbeelden van het gebruik van Nu dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
was Chloe nu dood geweest.
Weet u… Misschien verveelt u zich nu dood.
Als hij nep was, zou hij nu dood zijn.
Een journalist. Die is nu dood.
Zonder mij was je nu dood.
Is die jongeman nu dood.
Jij gaat nu dood. Stomme vlieg!
Gaat Jerry nu dood?
Een vader die nu dood is.
Ik denk dat hij nu dood is.
Weet u… Misschien verveelt u zich nu dood.- Nee.
Eén van de serveerster, nu dood.
was je nu dood.
Is mijn zoon nu dood.
U gaat nu dood, Doctor.
Jij gaat nu dood.
Een weduwe… in een familie waar twee van de drie zonen nu dood zijn.
Ik… ik bedoel, iemand die nu dood is.
En hij speelt met de katten die nu dood zijn.
was je nu dood.