Voorbeelden van het gebruik van Ongehoord in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tomatensap. De tomatenoogst blijft ongehoord snel groeien.
Maar dit is ongehoord.
Dit is ongehoord.
Dat nooit. Dit is ongehoord.
Dit abnormale weer is ongehoord en extreem gevaarlijk.
Het is ongehoord.
Ik bedoel, het is ongehoord.
Dat is ongehoord.
Dit is ongehoord.
Zou niet ongehoord zijn.
Spelen in een‘gemengde band' is nog steeds ongehoord in Mitrovica.
Dit is ongehoord.
Edelachtbare, dit is ongehoord.
Willi! Dat is ongehoord.
Het is ongehoord.
Een kaartverkoper zonder kaarten. Ongehoord.
Ze gebruikten zo veel geweld tegen jonge bendeleden… dat het ongehoord was.
Wat 'n ongehoord gedrag.
Twee… maar in 1980 was het ongehoord.
Niet? Dat is ongehoord.