Voorbeelden van het gebruik van Opgebrand in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Sommige van die sterren zijn allang opgebrand.
Ik ben compleet opgebrand.
De toorts van onze liefde is opgebrand.
Ja, ik ben opgebrand.
De vuren van onze liefde zijn opgebrand.
Kiki was opgebrand.
Je klinkt opgebrand.
Ja, maar ik ben een beetje opgebrand.
En uw Vurig Meisje is opgebrand.
We zijn opgebrand.
Twee weken overwerk. Ben een beetje opgebrand.
Hij was volledig opgebrand.
Ja. Oud? Opgebrand?
Ja. Oud? Opgebrand?
Ik ben op. Opgebrand.
Ja. Oud? Opgebrand?
Ja. Oud? Opgebrand?
Hij zei dat hij Turbo verliet omdat hij was opgebrand.
Het voelt alsof je opgebrand bent. Abby.
Anders ben je straks opgebrand.