Voorbeelden van het gebruik van Oppikt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zie dit als een onderstroom van energie die u oppikt.
Amish-jongen valt flauw terwijl hij een hoertje oppikt.
Laten we hopen dat je alleen die oppikt die over jullie gaan….
Kijk eens hoe snel je het oppikt.
Je moet voorzichtig zijn wie je oppikt.
Hij wil niet dat u 'n jonge man met invaliditeitspapieren oppikt.
Zorg dat je wat ruimteafval oppikt op de terugweg.
Hou dat in gedachten als je volgende keer een ritje oppikt.
Stukjes informatie die u oppikt.
Bestaan er geen dingen die de radar niet oppikt?
Het feit dat je een meisje oppikt maakt haar nog geen spion.
Ik denk dat het massabewustzijn oppikt waar wij mee bezig zijn.
Zodra dat oppikt, geef je meer aandacht aan het kroonjuweel.
Als je ze met de auto oppikt, kan je ook herkend worden.
Creëer virale invalshoeken die de pers graag oppikt.
Hoe je een babysitter oppikt in 2019.
De bedoeling is dat je steeds meisjes oppikt en afzet.
Dan heb je meer kans dat hij deze woorden oppikt.
Geld dat de concurrentie meteen oppikt.
Niet bij haar als ze haar dochter oppikt.