Voorbeelden van het gebruik van Praatje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dit is gewoon een gesprek. Een praatje.
Ik vroeg haar om langs te komen voor een praatje.
Voor een praatje.
Hij maakte buiten 'n praatje met bewakers in afwachting van u.
Hé, Tuffnut, zin in een praatje?
Laten met die iemand een praatje gaan maken.
Ik hou wel van een praatje, John.
Ik heb geen tijd voor een praatje.
Gewoon een praatje.
begon toen een praatje.
Want ik ben wel in voor een praatje.
Ik denk dat het tijd is voor een praatje.
We maakten een praatje.
Bedankt voor het praatje.
Oké, ik zal een praatje met Rick maken.
Ik hou niet van een praatje.
Ik maak alleen een praatje.
Nee. Tijd voor een praatje.
Je maakt 'n praatje.
John, John! Ik hou wel van een praatje, John?