Voorbeelden van het gebruik van Rijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hebe, rijd naar het westen!
Rijd alsjeblieft wat sneller. Het is oktober.
Hé, ik rijd ook dieren!
Ik rijd graag paard.
Hij rijd snel, maar niet zo snel.
Rijd jij nog 's nachts?
Rijd rond Sevilla op vier wielen!
Ik rijd Parijs door op tijden waarop ik moet werken.
M, rijd een motor.
Ik rijd omhoog en check de wind.
Morgen rijd je aan mijn zijde.
Rond het middaguur rijd ik weer terug naar Reykjavik.
Rijd jij met stieren?
Hij rijd in een truck.
Rijd je nog steeds voor Hatch& Hodges?
Hij rijd naar haar, laat zijn riet los, en dan… niets.
Rijd hem omver.
Ja, ik rijd haar wel eens naar huis.
Rijd door de Champs Elysées en vermijd de hectiek van het openbaar vervoer.
Rijd in de auto met pa.