Voorbeelden van het gebruik van Rijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik rijd hem klem.
Ik rijd al uren, maar ik weet het nog steeds niet.
Dus ik rijd naar de school ongeveer een halve kilometer van hier.
Km: Rijd vanaf het vliegveld in noordelijke richting over de D555.
Rijd je vader in een zwarte BMW X5?
Ik rijd naar Milton.
Rijd naar generaal Urrea's bataljon,
Ik rijd beter dan dat.
Danny rijd mee met zulke gasten en wij.
Rijd gegarandeerd met de meest recente wereldkaarten.
Hij rijd in een truck.
Ik rijd niet achter hem aan naar Bannock.
Rijd naar Tucson en ga praten met George Lake.
Rijd naar de woestijn!
Ik rijd nooit met mijn pistool.
Ik rijd op een dinosaurus!
Rijd en verander van landschap,
Rijd hij nog?
Ik rijd dit even hierheen.
Ik rijd niet mee met vreemden!