Voorbeelden van het gebruik van Romein in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar wij willen geen Romein zijn.
Hij was een Romein.
Een goede Romein is een dode Romein.
Elke dag? Weet je, ik ben geen Romein.
Wat heeft die Romein?
Waar zou je als Romein liever willen zijn?".
Hij is geen Romein, hij mag niet tegen me getuigen.
Romein, deze kant op!
Een Romein heeft tegenwoordig veel te piekeren.
U bent de enige Romein die op tijd komt.
Hij was een Romein, daarom doe ik het accent.
N Romein. Heeft de slaaf ook 'n naam?
Een grijze dag, en geen Romein te zien.
Een koele dag met wat regen, en geen Romein te zien.
Ik ben bezorgd over de Romein.
Meer als ze de naam Romein dragen.
Je verward mij met een Romein.
Ik ben ook geen Romein.
Je houdt van een Romein.
Ze wil hem als Romein opvoeden.