Voorbeelden van het gebruik van Rommelde in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De Vuurberg beefde en rommelde.
Hij rommelde wat met iets daar.
Hier rommelde Rebecca mee in haar keuken.
Je rommelde met onze hoofden.
Ondertussen rommelde Willem-Jan door de koelkast op zoek naar de laatste witbiertjes.
Je rommelde in mijn spullen!
Hij rommelde met RDX… veel ervan.
Ze zei dat ze rommelde met een DJ genaamd Lucifer.
Ik rommelde wat in de kast en toen kwam ik 'm tegen.
Een inwoonster rommelde met de verkeerde, en nu wordt ze vermist.
En je rommelde met hem.
Iedereen rommelde, haalde grappen uit.
Ik rommelde in vuilnisbakken om iets te eten te vinden.
M'n oom rommelde met haar.
Ze rommelde met de boekhouding.
Hij rommelde met mijn meisje.
M'n mannetje rommelde wat en stapte op de A-trein.
M'n mannetje rommelde wat en stapte op de A-trein. Het virus.
Ze rommelde met m'n vaders computer.
Brayden rommelde ook met dingen die me ongerust maakten.