Voorbeelden van het gebruik van Rookt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
GL rookt wiet.
Stoppen met roken(als je rookt) Regelmatig bewegen.
Hij rookt.
Rookt als een ketter, maar inhaleert niet.
Deze man rookt tijdens 't werk.
Dus jij rookt de snake niet, het is Brenna?
Putnum rookt Hartswicks.
Kijk, ze rookt.- En?
Iedereen in mekaar slaan terwijl ie een sigaret rookt.
Overgewicht heeft; rookt.
Ik heb ook tabak, voor het geval je rookt.
Men snuift, rookt of drinkt het als thee.
Er rookt iemand in een supermarkt.
Je rookt, dus je bent weer gezond.
En die daar rookt een pijp!
Mijn man rookt als 'n schoorsteen.
Maar hij rookt in onze kamer.
Hij weet toch dat je rookt.
Schat… Elaine… Ze rookt.
Je weet dus niet of je rookt,?