Voorbeelden van het gebruik van Schoonmaakster in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De schoonmaakster komt morgen.
Portugees?- M'n schoonmaakster is Portugees?
Dat is de taak van de schoonmaakster.
Schoonmaakster in hotel het Witte Huis.
Gil, de schoonmaakster vond het lijk deze morgen.
Je bent toch geen schoonmaakster meer.- Helpen. Waarom?
De schoonmaakster vertelde het.
Zelfs zijn schoonmaakster niet.
Ik ben zijn schoonmaakster.
Er is een schoonmaakster via de eigenaar, gratis die om de 10 dagen komt.
Je bent toch geen schoonmaakster meer. Waarom?
De schoonmaakster komt nog terug.
Maar m'n schoonmaakster heeft online les gevolgd.
Ze is schoonmaakster.
Natuurlijk, het is perfect voor een schoonmaakster.
Schoonmaakster? Dit is ons thuis.
Die schoonmaakster wist zeker dat ze hier woonden.
Ik had de schoonmaakster een paar keer gezien.
Eindreiniging: tegen betaling, door eigen Italiaanse schoonmaakster.