Voorbeelden van het gebruik van Show doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij wilde de show doen.
Jij moest toch zo nodig de show doen, of niet?
Wil je de TV show doen?
Zoals als we de show doen.
Ik wil die show doen.
In dat geval moet ik juist de show doen.
Dan zit hij daar vast als we de show doen.
Laten we samen een show doen.
Laat me vanavond een show doen.
Wil u alsjeblieft niet terug komen en de show doen?
En we moeten samen een show doen.
We moeten de show doen.
Pap, we moeten een show doen in Minnesota.
We gaan een show doen.
Je moet een show doen.
Aldous Snow moet de show doen.
Wij wilden de show doen.
Ik wil een show doen.
Goed. Eerst moeten we de show doen.
Ik zal alleen hiermee een show doen.