Voorbeelden van het gebruik van Snoep in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
vooral snoep en bakwaren.
vooral snoep, jam en worst.
Omringd door speelgoed, snoep, plezier.
Irene Terwilliger, onze snoep vrouw.
Kunst Snoep en kunst is geen voor de hand liggende combinatie.
Ik heb zelfs snoep en chocolade voor je.
Snoep: Van deze band weet ik eigenlijk helemaal niets.
Wilford, Wilford, geef me je snoep.
Ze bieden snacks als chips, snoep en voorverpakte broodjes.
Zeer veel producten, vooral snoep, jam en worst.
Spendeer the Lantern Festival met snoep.
Oh, misschien is het snoep.
Bedreigingen, snoep, niets werkt.
Ik heb alle snoep die je graag lust.
Snoep: Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat ik hiervan moet denken.
Waar is m'n snoep?
vooral snoep en bakwaren.
Zeer veel producten, vooral snoep en bakwaren.
Ze geeft ze altijd snoep voor het eten.
Zelfs snoep.