Voorbeelden van het gebruik van Speech geven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
maar hij moet een speech geven.
Ik moet de hele aula een speech geven.-Nee.
Wat? Misschien kunt u de speech geven.
Ik moet een speech geven.
Wat? Misschien kunt u de speech geven.
Ik moet een speech geven.
Je kunt geen speech geven.
Elke man hier moet een speech geven die begint met de woorden… Ik ben een misbaksel,
Ik ga zo een speech geven waardoor ik vooraan in de race kom.
De president gaat een speech geven op de dag van de dood in de stad van Culiacan.
We moeten optreden voor een groep mensen… En een speech geven in die hele moeilijke taal, Hebbreeuws.
Vandaag zullen de leerlingen in aanwezigheid van hun eigen en andere ouders, een speech geven over een gebeurtenis of les die indruk op ze heeft gemaakt.
Wethouder Cultuur Kees Diepeveen zal ook een speech geven namens de stad Utrecht.
Wie dat durft, kan desnoods een speech geven bij de VN.
Wie dat durft, kan desnoods een speech geven bij de VN.
wat goed is… want dan moet zij een speech geven.
Ik moet de stad in en 'n speech geven over opwarming van de aarde.
Ik ga een speech geven, bij monsieur Zac Posen's Charity Gala in het Soho House.
Ja, ze lieten zien dat Hitler een speech gaf en baby's kuste.
Dat meisje met de rolstoel dat een speech gaf.