GIVE A SPEECH - vertaling in Nederlands

[giv ə spiːtʃ]
[giv ə spiːtʃ]
een speech geven
give a speech
to give a talk
een toespraak houden
give a speech
make a speech
deliver a speech
toespraak geven
give a speech
speechen
speech
to speak
speech houden
make a speech
give a speech
do a speech

Voorbeelden van het gebruik van Give a speech in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
I have to give a speech in less than an hour. Tonight?
Ik moet een speech geven in minder dan een uur. Vanavond?
Tonight? I have to give a speech in less than an hour?
Ik moet een speech geven in minder dan een uur. Vanavond?
I had to… I had to give a speech.
Ik moest een toespraak houden.
Every employee of the month has to give a speech in their area of expertise.
Iedere medewerker van de maand moet een speech geven In hun expertise.
All right! I will give a speech.
Oké, ik zal een toespraak houden.
Does the Captain have to give a speech?
Moet de kapitein echt 'n speech geven?
She was gonna give a speech today.
Ze zou een speech geven vandaag.
You had to give a speech.
Je moest een speech geven.
I have to give a speech?
Moet ik een toespraak houden?
Do I have to give a speech?
Moet ik een toespraak houden?
The King will inspect the troops and give a speech.
Koning Filip zal de troepen schouwen en een toespraak houden.
I gotta give a speech.
Ik moet een speech geven.
I have to give a speech in front of the entire assembly. No.
Nee. Ik moet de hele aula een speech geven.
Tomorrow the King must give a speech.
Morgen moet de koning een toespraak houden.
Are you gonna give a speech?
Ga je een speech geven?
As long as you give a speech.
Als je een toespraak houdt.
All you got to do is flick a switch and give a speech.
Het enige wat je moet doen is een schakelaar indrukken en een toespraak houden.
She was gonna give a speech today.
Ze zou vandaag een speech geven.
The PM will give a speech in ten minutes.
De premier komt hier over tien minuten een toespraak houden.
I have to give a speech to Megan's class.
Ik moet 'n praatje houden voor Megans klas.
Uitslagen: 166, Tijd: 0.0542

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands