Voorbeelden van het gebruik van Stinkend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
O ja. En hij is stinkend rijk.
Obsceen. Weerzinwekkend. Afschuwelijk. Vulgair. Stinkend.
Stinkend rijk en brandschoon.
Al het meubilair was versleten en stinkend.
We worden stinkend rijk.
Ze moet stinkend rijk zijn.
Groot, klein, grappig, stinkend.
Praat niet met hem, jij stinkend.
Heftig.- Stinkend rijk. Kerel.
Het is hier donker en stinkend.
Een impotente verlamde, stinkend ziek.
worden stinkend rijk.
Gedeprimeerde Barbie. Ik ben maar een stinkend, dronken.
Kaal, hongerig en stinkend naar ontsmettingsmiddel.
en ik bedoel stinkend rijk.
In werkelijkheid… zijn we stinkend rijk.
Een groot, stinkend beest.
We moeten haar eerst stinkend rijk maken.
De waarheid is… we zijn… stinkend rijk.
Groot, stinkend dier.