Voorbeelden van het gebruik van Strompelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het wordt al meer strompelen en glijden.
Laat de vijand weg strompelen.
Ik kan me het strompelen niet herinneren.
Ze zijn er. Ik verwachtte dat probie zou strompelen.
Aan het lopen… strompelen, eigenlijk.
Hij zei dat hij haar binnen zag komen strompelen, glijden en vallen.
Maar hij was aan het strompelen, dus hij had zijn kleine stam geblesseerd.
Jack Gourlay zag iemand uit het steegje strompelen.
Duizenden gevangenen strompelen zonder eten of drinken naar een volgend kamp.
Ze zal een tijdje strompelen.
Na een tijd strompelen, en doktersbezoeken, gaat het iets beter.
Door het kamp strompelen als de dorpsdronkenman.
Ze strompelen terug naar Kronos.
We strompelen naar de afgrond.
Strompelen, zei je?
Dus die kerels strompelen door de steeg.
Dus die kerels strompelen door de steeg.
Coureurs strompelen bloedend over de baan.
Chauffeurs strompelen over de baan en het bloed gutst eruit.
Ik zie heel vaak vrouwen strompelen op hun hakken.