Voorbeelden van het gebruik van Taart in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik stal wat taart van de baron.
We kunnen je niet wegsturen zonder taart.
Maar noem me alsjeblieft geen taart.
Kunt u taart gaan bakken.
Zal ik er taart bij halen?
De taart is Fred's grap, Stanley.
Wat voor taart heb je?
En mam wil dat jij helpt met de taart.
Nee.'Een ordinaire taart.
Maak maar een taart, voor je kind.
Eten en drinken Taart in een multivariate van ander deeg.
gebak en taart.
Nee, maar de taart was lekker.
Ik wil een stukje van de taart.
Het spijt me, ik was… Francoise aan het helpen met de taart.
Ballonnen, taart, broodjes.
gebak en taart.
huisgemaakte gebak en taart.
Stop ze in een taart.
Nou, we willen… We willen taart.