Voorbeelden van het gebruik van Talloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vers 12 Want talloos zijn onze misdaden jegens u, onze zonden getuigen tegen ons.
Talloos zijn echter de voorbeelden van situaties waarin nationalisme compleet uiteenlopende gevolgen heeft voor mannen en vrouwen.
Zij voelen als een verliezer omdat zij talloos van tijden in de loop van de jaren hebben tegengehouden en begonnen.
zijn ze talloos.
Talloos zijn de keren dat de marxisten erop hebben gehamerd, dat‘de heersende ideologie van elke maatschappij de ideologie is van de heersende klasse.
Toepassingen zijn talloos, variërend van verpakkingen,
Met ons bezig leven en talloos aantal verplichtingen,
het verlangen de bevolking talloos uit te breiden, zal je ziel nooit bedroefd zijn;
De vruchten van dit werk zijn talloos, want ook zij komen van de Heer
Z'n triomfen zijn talloos en verbluffend, geroemd in heel Europa…
O tweemaal geborenen, uit de oceaan der goedheid zijn de incarnaties van de Heer zo talloos als de duizenden stroompjes ontspringend aan de meren.
zijn eeuwenoud en talloos.
Vrije wil, 12 slagvelden, drie sterren, en toch zijn we zo talloos… als de lichamen waarin we verblijven.
Zo talloos de melodieën kunnen zijn,
De sociale revolutie is oneindig in haar doeleinden, het ganse menselijke leven omvat zij, talloos zijn haar facetten.
toch zijn we zo talloos… als de lichamen waarin we verblijven.
Ontelbaar zijn Uw vurige minnaars die de verterende vlam van het veraf-zijn van U heeft doen bezwijken en vergaan, en talloos zijn de trouwe zielen die vrijwillig hun leven hebben gegeven in de hoop het licht van Uw aangezicht te aanschouwen.
Talloos zijn de routes van natuurlijke belangstelling die wind in harmonie tussen onze heuvels maakt ons genieten van de schoonheid van de plaats,
genoot toen voor een oneindig, talloos aantal jaren de tijd doorbrengend in gehechtheid aan hem als de koning van Jambûdvîpa, van alle aardse en hemelse geneugten.
waarin kalveren nog bij de moeder drinken, stiertjes het paren op elkaar oefenen en onvoorstelbaar talloos gestapelde muurtjes door het landschap rennen.