Voorbeelden van het gebruik van Terugkijken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik kan niet terugkijken.
Maar terugkijken eindigde voor mij in de vuurtoren.
We kunnen vier dagen terugkijken.
Terugkijken op je jeugd is iets raars.
De stad verlaten en nooit meer terugkijken.
Terugkijken is dan een slechte voorspeller voor de toekomst.
Je snapt het niet, je kunt niet terugkijken.
In mijn hoofd blijf ik terugkijken.
Net als jij moet ik hier ook tevreden op terugkijken.
Nooit terugkijken.
Je zult nog vaak terugkijken.
Januari is de maand van het terugkijken.
We kunnen gewoon weg vliegen en nooit terugkijken.
Januari is de maand van het terugkijken.
Of we kunnen terugkijken.
Ben ik klaar met terugkijken.
Was ik toen maar doorgegaan met terugkijken.
Waarbij ik een ontmoeting had met Maar ik zal altijd terugkijken op de eerste.
Misschien moet je stoppen met terugkijken.
Terugkijken, dating in mijn late jaren"20 veroorzaakte de meest angst.