Voorbeelden van het gebruik van Thuisblijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Moe van het liggen in de zon thuisblijven om naar de regen te kijken.
Alles behalve thuisblijven.
Laat de knul thuisblijven.
Ja, ze zou thuisblijven.
Mama laat ons thuisblijven deze week.
Vrouwen en kinderen kunnen thuisblijven.
Een klassiek voorbeeld is thuisblijven om voor een ziek kind te zorgen.
Thuisblijven of een bestemming zoeken om alleen naartoe te reizen.
Thuisblijven lokt mensen uit om de orde te herstellen
Thuisblijven is geen optie tenzij we eens het groot lot winnen.
Creëer je eigen plantenparadijs en thuisblijven wordt je nieuwe hobby. Mooie weekendklus.
Ik zag het gewoon als thuisblijven bij mijn vader.'.
Hij wou thuisblijven met een emmer kip.
Dus moeten we thuisblijven en het vieren.
De man kan thuisblijven om voor het huis te zorgen.
Wil je niet gewoon thuisblijven en pizza bestellen?
Wil je zeggen dat moeders die thuisblijven geen sterke rolmodellen zijn, Beth?
Thuisblijven, zei ik!
Thuisblijven is soms zwaarder.
Thuisblijven met vrouw en kind.