Voorbeelden van het gebruik van Thuisblijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar ik kon ook niet thuisblijven.
Moeders die thuisblijven.
Hij kan niet alleen thuisblijven.
Je mag nog 'n dag thuisblijven.
Je kunt vanavond beter thuisblijven.
Zal ik bij jou thuisblijven?
Ik kan thuisblijven.
Moeten we allemaal thuisblijven?
ik een paar dagen moet thuisblijven.
Thuisblijven en voor de kinderen zorgen maakt je niet minder mans.
Eén van ons moet thuisblijven om voor de kinderen te zorgen en de ander gaat geld verdienen.
En als mensen nou geen slechte dingen meer zouden doen… dan kon ze thuisblijven en de hele tijd mam zijn.
hij bij ons kwam eten… maar hij wou thuisblijven.
Ik ken mannen die thuisblijven en in huis werken om carrièrevrouwen te steunen.
Kinderen met moeders die thuisblijven, presteren beter het zou veel minder gestresseerd zijn.
in de wet vastgelegd. In dat land kan iedere werknemer een week per jaar thuisblijven om bejaarde familieleden te verzorgen.
Via dat systeem kan zowel mama als papa thuisblijven naar aanleiding van de geboorte of adoptie van een kind,
Ik wil dat je thuisblijft en met niemand praat.
Als je thuisblijft, wint de barones.
Ik wil dat je thuisblijft.