Voorbeelden van het gebruik van Thuishoorde in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En het voelde of ik er thuishoorde.
dat duidelijk niet in Parijs thuishoorde.
En toen wist ik… Toen wist ik waar ik thuishoorde.
Dacht dat ik daar thuishoorde.
Ze wilde de mensen vinden bij wie ze thuishoorde.
Ik moest een plek vinden waar de nieuwe ik thuishoorde.
We ontdekten een overdaad aan leven, in een wereld waar het niet thuishoorde. Kokerwormen van 3 meter lang.
realiseerde dat ik niet thuishoorde in het kantoor van de officier van justitie.
We ontdekten een overdaad aan leven, in een wereld waar het niet thuishoorde.
Dat ik ergens volledig thuishoorde. Ik moet je zeggen, ik heb niet altijd gevoeld… Hoewel, ik… ik wil zeggen.
ik ergens volledig thuishoorde.
Uitzoeken waar je thuishoorde, werd zo fulltime werk.
Tussen de wolken zigzagde… Toen wist ik waar ik thuishoorde. Die dag
Voelde het alsof ik eindelijk ergens thuishoorde. Toen we elkaar eerst ontmoetten in de chatroom.
Ik ging van pleeggezin naar pleeggezin en probeerde me te redden… zonder enig idee waar ik thuishoorde.
Het duurde lang voor ik het gevoel had dat ik ergens thuishoorde.
En jij nam die van me weg. Ik had eindelijk een plek op school waar ik thuishoorde.
Eindelijk was de geest van de dode terug op de plek waar hij thuishoorde.
Entertainment Weekly zei dan weer dat Oudste thuishoorde in de lijst van de vijf slechtste boeken van 2005.
Ik had het gevoel dat ik nergens thuishoorde. En ik had geld nodig.