Voorbeelden van het gebruik van Trottoir in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik draag het wel naar het trottoir.
Hij staat op het trottoir.
Een man stierf op het trottoir.
Terug naar het trottoir.
Haar hoofd opengebarsten op het trottoir.
Eén man stierf op het trottoir.
Ik draag het wel naar het trottoir.
Bloedsporen op het trottoir.
Het was doodeng, met al die scheuren in 't trottoir.
Blijf op het trottoir. Vooruit.
M'n moeder lag uit elkaar gespat over het trottoir.
Jullie mogen niet op het trottoir.
Blijf op het trottoir. Vooruit.
Blijft u op het trottoir.
Jij mag niet op het trottoir wandelen.
Jullie mogen niet op het trottoir.
Ze lag daar maar gewoon op het trottoir.
Die dag, op die plek, op het trottoir.
Pap! Parallel aan het trottoir.
U bent op het trottoir.