Voorbeelden van het gebruik van Uithoren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Als we Juan uithoren, verlinkt Carlos Daniël wel.
Wil je me uithoren, of zo?
je de markt toch wilt uithoren?
m'n eigen dochter uithoren.
Je kunt haar zelf uithoren.
Sorry, ik wou je niet uithoren.
Die dorpelingen uithoren.
Maar ik ga haar niet uithoren.
Ze zullen mij en iedereen die ik ken uithoren.
Omdat ik je wil uithoren over jouw vriendin.
Ik heb gezegd dat ik je zou uithoren.
We moeten 'm uithoren.
Ik wilde je uithoren.
Ik ga hem uithoren, ja.
Ik ga hem wel even uithoren.
Kunnen we hem nu verder uithoren?
Ik ga hem uithoren.
U wilt mij gewoon uithoren.
Ik kan… Ik kan met haar praten, haar uithoren.
Ik wou hem uithoren.