Voorbeelden van het gebruik van Vloekte in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar toen vloekte je en boem.
Maar je deed me zo'n pijn dat ik voortdurend vloekte.
Hij sloeg op de kratten en vloekte.
Je vloekte tegen een studente.
Hij vloekte het leven van mijn kinderen.
Hij praatte in zichzelf, liep heen en weer, en vloekte.
Jij vloekte als eerste.
Volgens mij vloekte hij.
Dan werd hij woedend, schreeuwde en vloekte voor hij neergooide.
Hij vloekte Jezus, zwerend dat hij Hem nooit kende.
Ik kan niet geloven dat je vloekte op tv!
Dan werd hij woedend, schreeuwde en vloekte voor hij neergooide.
We schreeuwden, we vloekte.
Hij sloeg met de deur en vloekte tegen mij.
Ik vloekte.
Nog eens? Je vloekte.
ze spuwde en vloekte.
Dat ding vloekte gewoon.
Hij vloekte.
Dat ding vloekte net.