Voorbeelden van het gebruik van Vrijuit in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet vrijuit spreken, Claire.
Kan ik hier vrijuit spreken?- Dank u.
Hij gaat niet helemaal vrijuit.
Je gaat vrijuit.
Ze betaalt een boete, en gaat vrijuit.
Darby… zouden vrijuit gaan.
Ik zal vrijuit spreken, je oom zal je vermoorden.
Maar als ik vrijuit zou spreken zou het twee broers tegen elkaar opzetten.
Mag ik vrijuit spreken, Baas?
De dader(s) van deze vreselijke moord mogen niet vrijuit gaan.
Ik ga tenminste vrijuit.
Je ging vrijuit.
Veel getuigen. Zonder wapen ga ik vrijuit.
en je gaat vrijuit.
Je vroeg me vrijuit te spreken.
Mag ik vrijuit spreken?
Mag ik vrijuit spreken, sir?
Mag ik vrijuit spreken, Cecilia?
Toch sprak niemand vrijuit over Hem, door hun bangheid voor de Joden.
misschien meer, en gaat vrijuit.