Voorbeelden van het gebruik van Was op school in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nee, ik was op school.
Ik was op school.
Dit was op school.
Hij was op school en daar is hij in een hap eten gestikt.
Ik was op school.
Dit was op school.
Ellie was op school toen haar moeder stierf.
Dat was op school in vredestijd, niet midden in een oorlog.
Ja, maar dat was op school en dit is echt.
Wie anders was op school vandaag?
Mijn zoon was op school, toen die waanzin gebeurde.
Hij was op school met een waterdicht alibi voor toen Colin verdween.
Tommy was op school.
Het was op school.
Dat was op school.
Die herdenking was op school.
Ik was op school op dat moment.
Hij was op school, bij het zwembad.
De laatste was op school en vergeet ik het liefst.
Nee. Ik was op school en daarna in de sportschool.