Voorbeelden van het gebruik van Was op weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik was op weg naar m'n kamer.
Ik was op weg om, zoals Chris zei.
Een blonde was op weg naar huis na een voetbalwedstrijd,….
Ze was op weg naar de GCPD.
Hij was op weg naar huis.
Ik was op weg naar Damascus toen Jezus mij bezocht…-Thomas.
Ze was op weg om onze eerste vrouwelijke afscheidsredenaar te worden.
Ik was op weg naar de kerk.
Ik was op weg naar de stomerij.
Hij was op weg naar de mijn met voorraden.
Ze was op weg naar Londen met een vracht katoen.
Ik was op weg.
Hij was op weg naar huis.
Ik was op weg naar school.
Mikaela was op weg naar haar toe.
Deze vrachtwagen was op weg naar de Groene Zone.
Hij was op weg terug naar Tacoma.
Nee, ik was op weg om even met de coach te praten.
Ik was op weg naar kantoor toen het tot me doordrong.
Was op weg naar de tennisbaan.