Voorbeelden van het gebruik van Week donderdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De bonden kondigden aan dat de stakingen volgende week donderdag, vrijdag en zaterdag worden voortgezet.
Vorige week donderdag was de Middellandse Zee in Puerto Banus, Malaga weer een droom om te gaan vissen.
De volgende keer betaal ik je volgende week donderdag.
Ik neem aan dat je weet wat er volgende week donderdag gebeurt.
breezed vijf weken donderdag 1: 4.8.
Volgende week donderdag.
Volgende week donderdag.
Vorige week donderdag.
Vorige week donderdag.
Vorige week donderdag.
Vorige week donderdag.
Verleden week donderdag.
Liefst volgende week donderdag.
Vorige week donderdag.
Het is volgende week donderdag.
Volgende week donderdag. Dat klopt.
Volgende week donderdag speelt mijn band.
Sue Smart, vorige week donderdag.
Volgende week donderdag na mijn lezing.