Voorbeelden van het gebruik van Afgelopen week in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je was niet op school, afgelopen week.
Afgelopen week gaf ik een gastcollege over The App Effect op Nyenrode.
De afgelopen week was ik schizofreen.
Ricardo is overleden afgelopen week.
We waren afgelopen week in Sacramento, in Sarah's wooning woning.
Je hebt afgelopen week een gesprek gehad.
Catherine. Ik sprak ze afgelopen week.
Mijn team heeft de afgelopen week op je gejaagd.
Reacties op: Deze week de afgelopen week.
Ja. Nadat ik je zag afgelopen week.
Ze maakte daar afgelopen week haar uitstapje bekend.
Het heeft niets te maken met de afgelopen week.
In de afgelopen week is AchterboschZantman weer naar China afgereisd.
Ja, dat was voor afgelopen week.
Eerder activiteit in de afgelopen week.
Waarom heb je niets gezegd? Afgelopen week.
Monitoring van SVT schandaal huizen in Holm afgelopen week.
Hij zei dat appartement 3 niet bezet was de afgelopen week.
En voor alles wat er de afgelopen week is gebeurd.
Niet in de afgelopen week.