Voorbeelden van het gebruik van Afgelopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar Dane zijn dienst was al afgelopen.
Voor vandaag en afgelopen week.
Dat is gisteren afgelopen.
Bezoekuur is afgelopen, lieverd.
Het is afgelopen wanneer we weer samen zijn.
Je wist dat dit niet afgelopen zou zijn.
Afgelopen jaren zijn wij sterk gegroeid.
De afgelopen twee weken waren perfect.
dat is afgelopen.
Dat is nu afgelopen.
Tien in de afgelopen drie weken.
Het is afgelopen, ik haal je mannen. Bedankt.
Oorlog afgelopen.
Dat is nu afgelopen.
Fluorosis afgelopen jaren heeft helaas heel gewoon.
Wat?-De quest is nog niet afgelopen.
Niet alleen in het afgelopen jaar.
He, de vergadering is afgelopen.
Zelfs Mark kwam afgelopen Pasen.
Dit lied is afgelopen.