Voorbeelden van het gebruik van Wonderlijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Helaas! Hoe wonderlijk zijn de wegen van de Heer.
Wonderlijk zijn Uw werken.
Men noemt hem Wonderlijk, God.
Wauw… dit… dit is wonderlijk.
We kwamen wonderlijk genoeg precies op tijd aan.
Het is wonderlijk om die taal nu uitgesproken te horen.
Wonderlijk, bedoelt ze.
Het was wonderlijk, nietwaar?
En hoe wonderlijk dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam!
en het is wonderlijk in onze ogen?
Je bent echt wonderlijk.
Het was wonderlijk wat de zon vermocht.
Wonderlijk hoeveel mensen altijd op weg zijn,
Dat niet alles dat wonderlijk is een wonder is. Dan zeg ik.
Heel erg wonderlijk en dat in combinatie met het uitzicht.
en het is wonderlijk in onze ogen?
De wegen van de Almachtige zijn wonderlijk.
Dat is wonderlijk.
Wonderlijk landschap van heel veel bomen.
Zulks watertje wonderlijk, weliswaar.