Voorbeelden van het gebruik van Wonderlijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dit is van den Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.
Nou, dat was wonderlijk.
Het is wonderlijk.
Het is wonderlijk.
Is dat niet wonderlijk?
Het zal wonderlijk zijn.
Zo zeldzaam, wonderlijk en vluchtig.
Dit is wonderlijk.
Wat wonderlijk.
Dit opmerkelijk apparaat onthult iets wonderlijk.
Ik had natuurlijk nooit kunnen vermoeden dat het zo'n wonderlijk avontuur zou worden.
Dat was wonderlijk.
Kristallen zijn wonderlijk, nietwaar?
Bananen zijn wonderlijk.
De wegen van de Almachtige zijn wonderlijk.
Baby's zijn wonderlijk.
Wonderlijk zijn de zielen.
Dokter onthult wonderlijk nieuws aan echtpaar wat dacht
Dingen die te wonderlijk voor mij zijn en die ik niet weet.
Medische ingrepen kunnen wonderlijk zijn, maar niet iedereen heeft een wonder nodig.