Voorbeelden van het gebruik van Zakdoek in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een zakdoek. weten kinderen niet?
De zakdoek buiten kost 55 roepie.
Wil je een zakdoek voor die tranen?
Dat is de duurste zakdoek die ik ooit heb gehad.
Zijn portemonnee, horloge, zakdoek?
Ik geef u mijn hart en mijn zakdoek.
Hou een zakdoek en een glas water bij de hand als je je rede brengt.
Doe maar een zakdoek voor je gezicht.
Er is een zakdoek met bloedvlekken gevonden.
Een zakdoek heb je altijd in je zak.
Goochel die zakdoek de vuilnisbak in.
Heb je een zakdoek nodig?
Wilt u een zakdoek?
Een vergiftigde zakdoek.
Doe maar een zakdoek voor je gezicht.
Stop je zakdoek maar weg.
Een zakdoek, twee, drie, vier.
Oh, hij zal zijn zakdoek nodig hebben.
Geef me een zakdoek.
Het bloed op de zakdoek.
