Voorbeelden van het gebruik van Ziedend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik was ziedend toen Alison vertelde dat ze zwanger was.
Ziedend, als ik eerlijk ben.
Ik was ziedend op m'n moeder.
Ik ben ziedend van benijdzucht.
Hij was ziedend.
Ik heb een machine die ziedend zal bevestigen.
Ik was ziedend.
Denk gewoon aan een moment, wat je ziedend maakt van woede.
Hier is iets wat je waarschijnlijk ziedend maakt.
Ze kwam hier twee weken geleden opdagen, ziedend als een gestoorde.
Eerlijk gezegd ben ik ziedend.
Hij is ziedend.
U was vast ziedend.
Gelijk het koken van ziedend water.
Die man maakt me ziedend.
Hij is ziedend.
Omdat ik ziedend ben.
Ik ben nog steeds ziedend.
Deze zaken zijn ziedend van pijn.
Terrowin was ziedend.