Voorbeelden van het gebruik van Zoenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zie alleen lippen die ik wil zoenen.
Een schoolbal, zoenen voor de deur.
Zoenen met je eigen broer.
Als we zoenen, zou dat alles verpesten?
Ik hoop dat zoenen alles was wat je deed.
Zoenen en knuffelen en je vasthouden.
Waarschijnlijk zoenen met m'n volgende vriendje.
Je kunt zelfs goed zoenen.
En ze kan hem niet beter zoenen.
We hebben zitten zoenen alsof ons vliegtuig neer ging storten.- Erger.
Knuffels, zoenen en geld.
AIs we zoenen, zou dat aIIes verpesten?
Zoenen met een stadsmeisje.
Ik zag John zoenen Jennice. Toen Kathryn weg was.
Ze zijn aan het zoenen en zo.
Wist niet dat je niet meer mocht zoenen.
Ik ook. Bovendien kan hij heel goed zoenen.
Ze kan hem niet beter zoenen.
Rozen, zoenen en de dood'.
Zoals zoenen en het doen.