Voorbeelden van het gebruik van Aragorn in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Sauron vreest je, Aragorn.
Aragorn heeft gelijk.
Aanschouw Aragorn, Zoon van Arathorn.
Alsof Aragorn hier zit.
En Aragorn moet leven.
Aragorn, Leider van de Dúnedain!
En Aragorn moeten ook blijven leven.
De schaduw ligt over ons, Aragorn.
Zie Aragorn… zoon van Arathorn.
We zullen hem Aragorn noemen.
Hij is Aragorn, zoon van Arathorn.
Aragorn, je moet uitrusten.
Heer Aragorn waar is hij?
Aragorn, Hoofdman van de Dúnedain!
En zeg ook niets over Aragorn.
Mijn naam is Aragorn, zoon van Arathorn.
Nee, mijn heer Aragorn we staan alleen.
En het kind Aragorn groeide snel en voorspoedig.
Aragorn van de Dunédain, jou kennen we.
En het kind Aragorn groeide snel en gelukkig.