Voorbeelden van het gebruik van Bijt in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik bijt niet, maar ik heb hulp nodig om op te staan.
Vroeg of laat bijt een geslagen hond.
De eerste regel: als je me bijt, trek ik je tanden eruit.
Het probleem ontstaat wanneer je baby tijdens de borstvoeding bijt.
Als je me weer optilt, bijt ik je.
Straks bijt hij jullie.
Ik heb gehoord dat de witte tonijn goed bijt rond deze tijd van het jaar.
Bijt erin.
Je mag best dichterbij komen. Ik bijt niet.
Als je maker, beveel ik je, bijt haar!
Bijt hierop.
Hij beet me, dus… Ik bijt hem.
Dit is alsof je in puur geluk bijt.
Bijt hem!
Kom maar, ik bijt niet.
Eén slok en de meid van die foto bijt in je nek.
Bijt nooit meer in je eigen staart.
Ondanks m'n tanden bijt ik niet.
Probeer dat op straat en ik bijt je een oor af.
En bijt in de overeenkomst die je verdient.