Voorbeelden van het gebruik van Lesje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik denk dat ze vorig jaar haar lesje niet geleerd heeft.
Ze zei dat we Rachel een lesje moesten leren.
Leer je lesje.
Je had een lesje nodig.
Jij hebt 'n lesje nodig.
Ik snap het. Ik heb m'n lesje echt wel geleerd.
Zie je? Hij leerde zijn lesje.
Trek je kleren uit, kom in bed en leer me een lesje.
Omdat deze Mahamaya degene is die hen een lesje wil leren.
Toen ging mijn vrouw zich ermee bemoeien… en gaf me een lesje kinderpsychologie.
Maar u moet een lesje krijgen.
Ik heb er eentje die een lesje nodig heeft, brigadier.
Ja, als wij ons lesje geleerd hebben.
Ik hoop dat jullie jongens je lesje.
Daardoor heb ik m'n lesje wel geleerd.
Hij leerde z'n lesje.
Onze vriend Ashley liet een gast hierheen komen, voor een lesje pijpen.
Ik hoorde dat de Amerikaanse Vampierbond hem een lesje wilde leren.
Daarom dacht ik dat ik ze een lesje moest leren.
U hebt weer een lesje nodig.