Voorbeelden van het gebruik van Lesje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Laat dat nóg een lesje voor je zijn!
Klaar voor je lesje, Dubbel D?
Dit lesje is voor jou, Himmelstoss.
Tijd voor een lesje, kleine rat!
Papa had je een lesje moeten leren als je zijn gelid er door blies.
Dat lesje moet ze leren.
Hij krijgt een lesje dat hij zich zijn hele leven zal herinneren.
Ik hoop dat u uw lesje hebt geleerd.
Ik dacht dat ik je een lesje had geleerd.
We hebben nooit iets gezegd omdat Kenny dacht dat hij zijn lesje had geleerd.
Zo een man heeft een lesje nodig.
Nou, ik hoop dat u uw lesje heeft geleerd, meester Bruce.
Hopelijk is dit een lesje voor die jongens.
Behalve een politiek lesje?
we leren zijn familie geen lesje.
Jongen, beschouw dit als een lesje. Je laatste.
U bent hier om hem te zien sterven. Laat het 'n lesje zijn.
Iemand kreeg daarnet een lesje.
Na twee keer stoten aan dezelfde steen heeft zelfs deze ezel zijn lesje wel geleerd.
Hij gaf me een lesje in aftrekposten.