Voorbeelden van het gebruik van Rockster in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben een rockster.
Ik gaf wat aan de rockster.
Je bent een verdomde rockster.
Klaar voor je grote debuut, rockster?
Ik vond mezelf een beetje een rockster.
Of ik word een rockster.
Je bent een filmmaker, geen rockster.
Dove mensen worden geen rockster.
Oké, rockster.
Dat heet een rockster, Jack.
Ik ben een rockster.
Jij bent die dode rockster.
Ik zou een rockster moeten zijn.
Ik word een rockster.
Je kent het wel, de gebruikelijke rockster dingen: hoeren en drugs.
Lk ben een rockster.
Abby is een rockster onder hen.
Portret van de rockster schreeuwen.
We spelen een spel dat Tijger, Rockster, Konijn heet.
Jij bent een rockster.