Voorbeelden van het gebruik van Algerijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben Algerijn!
Je bent Algerijn.
Maar jij bent Algerijn.
Jij bent een Algerijn.
De Algerijn Rachid Taha.
Ben jij een Algerijn?
Ik ben Algerijn, zoals jij!
Ben je algerijn, marokkaan?
Rachid is een Algerijn, een mensenrechtenactivist.
Je bent een Algerijn zoals de anderen.
Hassan Arkani. Algerijn van geboorte.
Een Algerijn opgepakt aan het Helène Legendre Theater.
Khalifa, een Algerijn, zit een gevangenisstraf uit.
Kabyl, Algerijn en Fransman tot op het einde.
Laat je me hier met die vreselijke Algerijn?
Op de computer van de Algerijn zijn tal van jihadistische documenten gevonden.
Ik vraag mijn naturalisatie niet aan, want ik ben al Algerijn!
Die jonge Algerijn, van wie we houden, zal uit zijn gevangenis vrijkomen.
Je bent niet langer een Algerijn. Je zult nooit een Fransman worden.
Bij de overval zijn een Brit en een Algerijn om het leven gekomen.