Voorbeelden van het gebruik van Amputeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Artsen amputeren haar benen, handen en neus.
Amputeren is niet nodig.
Nee, ik wou gelijk amputeren.
Ze moesten haar voet amputeren.
We moeten het been amputeren.
Zou ik hem moeten amputeren denk je?
Met andere woorden: 't hele been amputeren.
Ik ga hem ook niet amputeren.
dat moet men amputeren.
Ze moesten 't amputeren.
We hebben alles geprobeerd, behalve 't amputeren van hun armen.
Iran onthult machine voor het amputeren van vingers.
Ik heb hem moeten amputeren.
Ze moeten misschien amputeren, George.
moesten ze drie vingers amputeren.
Misschien moeten we het amputeren.
Ik moet die vingers amputeren.
Majoor Yelland zegt dat we het moeten amputeren.
Er was geen andere oplossing dan amputeren!
C:"Ik leef met een schaduw die ik niet kan amputeren.".