Voorbeelden van het gebruik van Belasteren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Een ander in de naam van God belasteren, is een zonde in de ogen van Mijn Vader.
Omgekeerd worden moslims die openlijk het christendom belasteren- en dat zijn er vele- regelmatig vrijgelaten op de een of andere manier.
hun vergaderingen verstoren en ze avond na avond belasteren op het avondnieuws.
In Myanmar is een man veroordeeld tot zes maanden gevangenis voor het belasteren van de Adviseur van Staat Aung San Suu Kyi op Facebook.
Diegenen onder jullie die deze boodschappen belasteren en die deze verwerpen, vraag Ik om tot Mij te komen.
wees erop hoe de naties Israël consequent en onrechtvaardig belasteren.
die voorzitter van een partij-run organisatie gewijd aan het belasteren Falun Gong.
hun vergaderingen verstoren en ze avond na avond belasteren op het avondnieuws.
ze verdraaien opzettelijk de waarheid en belasteren ons op de meest verachtelijke manier(…).
andere Arabieren in reactie op het gezamenlijke Palestijns-Israëlische kamp belasteren de Palestijnse meisjes
andere Arabieren in reactie op het gezamenlijke Palestijns-Israëlische kamp belasteren de Palestijnse meisjes
Belasteren, misbruiken, treiteren,
Diegenen onder jullie die deze boodschappen belasteren en die deze verwerpen, vraag Ik om tot Mij te komen.
Natuurlijk belasteren mensen als Trump,
jullie een andere ziel belasteren in Mijn Naam,
In plaats daarvan zullen zij Mij belachelijk maken en Mijn heilig woord belasteren met een kwaadaardigheid die in tegenspraak is met de christelijke deugden die zij beweren te bezitten.
hun God deze wrede dingen uitvond, belasteren we hem;
De CIA schreef me een cheque uit voor 100.000 dollar, voor het onrechtmatige iets en het belasteren van nog iets anders.
kwaadpreken over anderen of hen belasteren.
Prijzenswaardig gedrag blijkt derhalve de beste verdediging tegen het belasteren van de goede naam van een christen te zijn.